Navigatie Link overslaanHome » Historie » Samenvatting lezing 15 10 2009

Donderdagmiddag 15 oktober 2009 hebben we onze najaarsbijeenkomst in Cafe Restaurant Partycentrum Stam in Wognum gehouden. Met hulp van de nieuwe ringleiding en een schrijftolk was de lezing voor iedereen prima te volgen. 
Mevrouw Dr. Beppie van den Bogaerde hield een zeer interssante lezing over de zin en onzin over gebaren(taal)

Mevrouw van den Bogaerde legt uit dat gebaren en woorden maar een klein deel van de boodschap zijn. De rest komt uit de signalen die de spreker afgeeft of de kennis die je hebt over de situatie. Bij spraakafzien of liplezen is het vaak gokken naar wat er wordt gezegd. Wat zijn de mogelijkheden en het gebruik van gebaren? De conclusie is dat het gaat om een boodschap over te brengen. Zo kan je Nederlands spreken en terwijl je dat doet, kun je er gebaren bij maken. Dit noemen we NmG, Nederlands met ondersteunende gebaren, en die gebaren zijn als het ware een visuele ondersteuning van woorden. 

Op internet is er een soort woordenboek voor gebaren. En dat is heel handig, omdat je naar mate je misschien dover wordt of misschien meer gebaren zou willen gebruiken, is het wel handig om af en toe een gebaar te kunnen opzoeken. 

Als je al gebaren zou willen gebruiken in je gezin of in je familie, of met je vrienden, dan is het handig om te inventariseren welke gebaren, welke woorden vind ik altijd lastig, begrijp ik niet vaak, moet ik om herhaling vragen. Dan zou je daarmee een soort inventarisatie kunnen maken van je eigen woorden waar je vaak over struikelt, die je vaak niet kan afzien. En daar zou je dan de gebaren voor kunnen opzoeken die je afspreekt: met dat woord gebruiken we dat. Dat helpt in de communicatie. Probleem blijft natuurlijk altijd wel, wat je doet met mensen die dan die gebaren niet kennen. 

Er is heel veel weerstand tegen het gebruiken van gebaren, juist bij mensen die de gebaren niet kennen. “ dat gewapper met handen leidt maar af, daar kan ik niets mee”. Als je het zelf niet gebruikt, gaan anderen het ook niet gebruiken. Het is een keuze die je maakt. Als je ervoor kiest is het handig als je bepaalde stappen volgt om ze te gebruiken. In je eentje kun je ze niet gebruiken. Je moet ze gebruiken samen met de mensen die voor jou belangrijk zijn in de communicatie. 

Mevrouw van den Bogaerde stelt de vraag wie er al eerder met een schrijftolk gewerkt heeft. Voor de meesten was het de eerste keer dat we zagen hoe een schrijftolk werkt. Mevrouw van den Bogaerde vervolgt: Het is niet in alle omstandigheden handig natuurlijk. Ik kan me voorstellen als u een verjaardag hebt, dat u er niet vlug voor kiest een schrijftolk mee te nemen. Dan moet iedereen maar naar dat scherm kijken. Dan werkt het waarschijnlijk niet zo goed. Bij een vergadering of hier bij een lezing, of…. ja, als er een keer iets getoond of verteld wordt, is het toch wel heel erg handig. Dat betekent niet dat u niet kunt spraakverstaan, dat u mij niet via de microfoon kunt verstaan en mijn lippen kunt lezen, het is veel minder vermoeiend als u af en toe even naar de tekst kunt kijken. Het geeft niet als u iets mist. Het geeft rust. Dat is iets wat ik heel vaak hoor van dove en slechthorende mensen: ik ben zo moe aan het einde van de dag. Als je gewerkt hebt, een vergadering hebt gehad, met meerderen ergens geweest bent, je moet je zo inspannen alles te volgen. Op een gegeven moment trek je het niet meer. Een schrijftolk kan in veel gevallen die last verlichten en wat handig is, deze tekst kan opgeslagen worden en die kan je krijgen als je dat wilt. Dan kun je het later nog eens nalezen. 

Als u dat wilt, kunt u ook in aanmerking komen voor vergoeding van een schrijftolk. Of natuurlijk een tolk Nederlandse gebarentaal. We hebben een onderzoek gedaan in Utrecht onder slechthorende en dove mensen hoe de communicatie gaat in de gezondheidszorg. Als je naar de fysio gaat, je wilt een afspraak maken met een arts, het consult hoe gaat dat eigenlijk? Waar loop je tegenaan in de communicatie? Er waren dove jongeren, die zeiden: ik neem m’n laptop mee. De dokter kan mij niet verstaan. Doven kunnen vaak voor horenden niet verstaanbaar spreken. Dan typ ik m’n vraag in. De dokter kan ik niet verstaan, die typt z’n antwoord in, zodat er geen onduidelijkheden ontstaan. Ik vond het slim, vooral als je plotseling naar de dokter moet heb je geen tijd om een tolk aan te vragen. Dat moet een dag van tevoren eigenlijk. Dan heb je nog weinig kans dat je er een krijgt. Als je je laptop meeneemt is dat een goede oplossing. Ik kan me voorstellen dat ouderen niet allemaal een laptop hebben, maar je zou je huisarts kunnen vragen of die een laptop beschikbaar wil stellen zodat die er altijd is. Als ik kom, dan moet die laptop geactiveerd worden. 

Laatst heeft een slechthorend iemand mij verteld dat hij op een familiereunie een tolk meegenomen had. Hij zegt, het is zo leuk iedereen weer te zien, maar ik kan eigenlijk met niemand praten. Er is geroezemoes en muziek op de achtergrond. Ik zit daar en de familie is lekker bezig, ik ben buitengesloten. Ik wil dat niet meer, ik wil meedoen. Hij heeft een NmG tolk meegenomen. Hij was zenuwachtig, maar de familie vond het leuk. Het is goed gegaan, hij vond het prettig. Het werkte goed. 

Vanuit de zaal wordt een vraag gesteld: geldt die vergoeding ook voor mensen die ouder zijn dan 65? Of alleen maar voor werkenden? Het geldt voor iedereen, iedereen kan een tolk aanvragen. Je kan het via je huisarts regelen en via het UWV. Het is wel vervelend, dat je moet bewijzen dat je slechthorend bent. Dus ja, mensen die doof geboren zijn, die moeten toch weer een audiogram laten maken. Er moet een verklaring komen: deze persoon is doof, die heeft het nodig. 

Er werd al gezegd vanuit de zaal, als je naar Tolknet gaat, dan kunnen die je ook helpen met het aanvragen van een tolk. Op website van Tolknet staat informatie over wat voor soort tolken je hebt en hoe je die kan aanvragen. Er staan ook vaak wat nieuwtjes uit de doven of slechthorenden wereld. Ik zou zeggen, kijk daar nou eens. Het is best goed om, ook als u besluit ik heb het niet nodig, ik wil het niet, dan is dat prima. Stel uzelf op de hoogte van de mogelijkheden die er zijn. Er is een hoop weerstand tegen het aanvragen of het gebruiken van een tolk. Onder doven, onder slechthorenden, onder doofblinden. Een hoop zeggen, het heeft te maken met de acceptatie van je gehoorverlies. De omgeving werkt soms niet mee. Als je dat wilt veranderen, dat moe zijn, dat buitengesloten worden bij een verjaardag, het niet helemaal begrijpen van de vergadering of wat voor situatie dan ook, je kan alleen maar je zelf veranderen. 

De omgeving veranderen, je kan tien keer vragen: wil je wat langzamer praten? Mag de muziek wat zachter? Kijk me aan als je tegen me praat. Wat u beter kent dan ik, het helpt niet veel. De horenden vergeten het. Binnen 5 minuten praten ze te snel, kijken ze weg van je, het geroezemoes. Als je wilt participeren, als je dat wilt dan zal je dat zelf moeten veranderen. Dat kan onder andere door gebruik te maken van een tolk. Heel veel dove en slechthorende mensen zeggen tegen mij, ik leer die gebaren toch nooit. Ik kan niet werken met zo’n tolk, ik begrijp het niet. Laat maar! En ik vind het nog niet nodig. 

Wie van u heeft wel eens gezegd, ik heb die gebaren nog niet nodig? Of denkt het bij zichzelf. Ik weet dat er mensen zijn die dat denken. Als ik hier sta te praten met gebaren, dan kunt u mij gewis beter volgen. Ook mensen die alleen maar gesticuleren zijn beter te volgen voor horenden. Het ondersteunt de spraak en dat helpt. Daar hebben we het over gehad. Het is niet alleen maar woorden, niet alleen gebaren. Het is de communicatie , de situatie en de interactie. Die weerstand, ik ben blij dat hier 40 mensen zijn, ik praat ook wel eens voor 10 mensen. Dat er een grote afdeling is. Dat mensen zeggen: ik heb dat niet nodig. Terwijl ze eigenlijk niet precies weten waar ze over praten. Wat gebaren zijn, wat gebarentaal is, wat het verschil is. En het nut van een schrijftolk natuurlijk. 

Mij is net gevraagd van, kan je ook wat vertellen over CI (Cochleair Implantaat). Veel mensen denken dat ik tegen een CI (Cochleair Implantaat) ben. Dat is niet waar. Ik vind het fantastisch dat er zo’n modern middel is dat mensen in staat stelt meer geluid te ervaren. Jonge kinderen stelt het zeker in staat beter het Nederlands te leren en verwerven als taal, dan de gehoorapparaten doen en deden. Waar ik wel op tegen ben is dat de heren medici zeggen dat een CI (Cochleair Implantaat) je weer horend maakt. Dat is niet waar! Op z’n allerbest maakt het je weer een stuk beter horend dan je was. Je wordt misschien slechthorend als je doof was. Je hebt er baat bij wat je niet meer hoeft te spraakafzien. Prima! Maar bij kinderen vind ik het heel erg belangrijk dat kinderen tweetalig worden opgevoed. Dat ze in de gelegenheid gesteld worden 2 talen te leren. Als ze naar bed gaan, als ze gaan zwemmen. Overal waar water is, dan moet dat ding uit. Op dat moment zijn ze doof. Dan is het toch handig als iedereen dat weet: hij heeft z’n CI (Cochleair Implantaat) uit, nu moet ik gebaren gebruiken. Ik moet me aanpassen aan wat hij of zij nodig heeft. Daarom vind ik gebaren zo belangrijk voor slechthorende mensen. En natuurlijk ook voor doven, maar die staan vaak wat meer open voor gebarentaal en NmG. Energie, die nu gestopt wordt in het spraakafzien, in het verbergen dat je slechthorend bent, in het doen alsof je het gehoord hebt, die zou ik graag willen stoppen in de communicatie. Een beetje loskoppelen van dat heilige gesproken woord en meer gaan naar: wat heb ik nodig in die communicatie? Waar let ik zelf op? U kunt het zelf ontdekken, wat help mij in de communicatie? Dat is goed licht, gelaatsgerichtheid en oogcontact. Dat zijn veel dingen, maar ook misschien het gebruik van tolken en van gesticulaties. Voor mijn part maakt u eigen gebaren. 

Ik vind het belangrijk dat we met z’n allen proberen die communicatie met zo min mogelijk energie verbeteren. Daar zou ik graag de discussie over hebben met u. Wat heeft u zelf al gedaan in uw directe omgeving dat u zegt: dat heeft hartstikke goed geholpen om de communicatie met m’n omgeving te verbeteren. Een antwoord uit de zaal: op de eerste plaats uitstekende elektronische apparatuur. Op de 2de plaats een goede ringleiding in huis. En op de 3de plaats via het audiologisch centrum naar een logopediste om een half uur samen met je partner te leren spraakafzien. Beppie: bent u een keer of meerdere keren naar de logopedist geweest? Zaal: een half jaar lang. Daar heb ik heel veel baat bij gehad. Beppie: wordt er dan ook gesproken over de communicatie in het algemeen bij de logopedist? Zaal: het ging puur om het spraakafzien, met ongeveer 6, 7 mensen. Dan moesten we iets zeggen zonder geluid. De ander moest noteren wat gezegd was. Zo hebben we geoefend en verschillende van onze leden zijn daar ook geweest, op die cursus. 

Dan volgt er een discussie over het vermeende negatieve oordeel over het CI. Hierop geeft mevr. van den Bogaerde het volgende antwoord: ik ben niet negatief over het CI (Cochleair Implantaat). Absoluut niet. Ik vind het een fantastische uitvinding. Niet iedereen kan een CI (Cochleair Implantaat) krijgen. Dat heeft niet te maken met hoe slechthorend je bent, maar echt met de bouw van je oor, zeg maar. Het is een stevige operatie waar wat risico aan zit. Dat moet elke patiënt, of elke persoon die geopereerd wordt, moet dat zelf bepalen. Neem ik dat risico om geopereerd te worden? 

Een medewerkster van het audiologisch centrum vult nog aan: wij geven ook wel informatie over CI (Cochleair Implantaat). Maar wij verwijzen ook door naar het CI (Cochleair Implantaat) team in het VU. Ik ken een man van 91 die heeft ook een CI (Cochleair Implantaat). En dat hangt volledig af van het slakkenhuis, of dat wel of niet goed genoeg is. Van je hersenen, bijvoorbeeld iemand die een achteruitgaande hersenfunctie heeft, dementie, dan wordt het een lastig verhaal. Ze kijken naar de algehele gezondheid. Leeftijd zegt niet. Wilt u daar meer over weten, het CI (Cochleair Implantaat) team in het VU is heel laagdrempelig. Daar kunt u zo contact mee opnemen en vragen om een orientatie om daar meer over te weten te komen. 

Vanuit de zaal komt de vraag: waarom is de gebarentaal niet algemener als een soort esparanto. Beppie:We hebben het daar even over gehad in het begin. Ze werkt het niet met talen. Mensen hebben hun eigen taal en ze hangen aan hun taal. Ze houden van hun taal. En zelfs als je een wereldtaal spreekt, wat tegenwoordig met het Engels aan het gebeuren is, zal ik toch nooit mijn Nederlands op geven. Ik denk in het Nederlands, dat is mijn taal. Mensen zullen altijd hun eigen taal blijven spreken. En dat geldt ook voor dove mensen, die hebben hun eigen taal. Die is ontwikkeld ergens. Die gebruiken ze. 

En het is wel zo dat als doven uit Nederland, doven uit China tegen komen, en ze kennen elkaars gebarentaal niet, dat die Chinees en Nederlandse dove elkaar beter kunnen begrijpen, dan dat ik een horende Chinees kan begrijpen. Die doven die gebarentaal gebruiken kunnen veel meer met elkaar communiceren. Binnen een paar dagen zelfs vrij goed communiceren. Echt over inhoudelijke dingen praten. Niet alleen maar: wil je koffie, of mooi. Dat is iets wat we eigenlijk niet precies weten hoe dat komt. Als je 10 doven van 10 verschillende gebarentalen bij elkaar zet, dan ontwikkeld zich binnen 2 maanden een nieuw soort gemeenschappelijke (gebaren)taal. 

Vanuit de zaal komt weer een vraag: er zijn hier 5 mensen die de gebarencursus gedaan hebben en nog doen. Wij verbazen ons altijd, dat Gronings in de gebarentaal. Waarom is dat ondertussen niet de algemene Nederlandse gebarentaal geworden? Beppie: er is een project geweest de gebarentaal te standaardiseren, door het Nederlands Gebarencentrum. Net verleden week is er een nieuw gebarenwoordenboek bij gekomen, bij Van Dalen. Waar 3000 gebaren in staan. Dat zijn allemaal veel gebruikte gebaren. Dat zijn ook allemaal voorkeursgebaren. Ze zeggen toch ook wel eens skool met een k, en school. Zijn dat 2 verschillende woorden of hoe zit dat nou? Dat gebeurt met talen, dat zijn levende dingen en die veranderen. In Groningen was er een andere verandering dan in het westen. Er zijn 2 varianten van de Nederlandse gebarentaal. Doven hebben daar geen problemen mee hoor, die begrijpen elkaar best. Of dat ze zeggen: wat zeg je nou?! Dat heb ik ook wel eens met iemand die een woord uit het dialect gebruikt, dat ik niet ken. Er zijn zat woorden die ik natuurlijk niet ken en niet gebruik. Dat is bij gebarentaal ook zo. Voor de mensen die de taal willen leren is dat verwarrend. Wij willen een gebaar voor een woord. Zo werkt het niet. Er zijn altijd woorden die meerdere betekenissen hebben. Je hebt ook meerdere woorden. Het kan allemaal in alle talen. Lastig voor ons, wij willen de taal leren, maar het hoort bij de taal. Het is niet apart iets voor gebarentaal. Zo werkt het met talen, het is jammer voor ons.  

De middag wordt door onze voorzitter afgesloten en mevrouw Beppie van den Bogaerde en de schrijftolk mevrouw Cathy van Lieshout worden hartelijk bedankt voor hun bijdrage aan deze middag. Natuurlijk ontbreken ook nu de bloemen en een flesje wijn niet.