Navigatie Link overslaanHome » Historie » Samenvatting lezing 13 10 2011

Donderdagmiddag 13 oktober 2011 woonden ca.70 belangstellenden onze najaarsbijeenkomst in Cafe Restaurant Partycentrum Stam in Wognum bij.
Met hulp van de ringleiding en een schrijftolk was de lezing voor iedereen prima te volgen. Nadat onze voorzitter iedereen welkom heeft geheten wordt het woord gegeven aan Mariska Stam van het VUmc Hooronderzoek.

Nadat Mariska zich heeft voorgesteld, verteld zij over haar promotieonderzoek, het hooronderzoek bij het VUmc in Amsterdam. Ze verteld dat zij in 2010, nadat ze klaar was met haar opleiding gezondheidswetenschappen, bij het team hooronderzoek is gekomen. Ze legt uit, dat er een verschil is tussen wetenschappelijk onderzoek en het onderzoek van een KNO arts of audioloog en audicien. Het team onderzoekt de gevolgen van slechthorendheid in het dagelijks leven van een grote groep volwassenen tussen de 18 en 65 jaar. Het gehoor van de mensen die nu meedoen wordt gemeten, en over 5 en over 10 jaar nog eens.

Het gaat natuurlijk over het gehoor, hoe goed kunnen de deelnemers horen? Hoe lang hebben ze al een hoorprobleem? Dragen ze bijvoorbeeld  een hoortoestel? Ook wordt gekeken naar het welbevinden. Dus hoe lekker zitten mensen in hun vel, zijn ze eenzaam, angstig of voelen ze zich helemaal prima? Ook wordt gevraagd naar hun algemene gezondheid. Heeft men nog andere gezondheidsaandoeningen? En welke medicijnen worden er gebruikt?  Vragen betreffende het werk worden uitgebreid behandeld.

En tot slot worden er vragen gesteld over het zorggebruik: hoe vaak bent u naar de huisarts geweest? Hoe vaak de KNO-arts-?

Met al deze onderwerpen is een hele grote database opgezet, waarmee men allerlei dingen kan onderzoeken. Tot nu toe hebben zich al veel mensen voor het onderzoek ingeschreven, maar het team wil een groot onderzoek waar mensen uit heel Nederland aan mee kunnen doen. Hoe meer mensen er mee doen, hoe beter. Veel slechthorenden vinden het lastig om spraak te verstaan in lawaai en daarom is de verstaanbaarheidstest ontwikkeld. Van achter de computer gaat u naar de website: www.hoortest.nl. Dan worden er drie cijfers genoemd en moet er ingetypt worden of u de goede cijfers hoort. Verder krijgen de deelnemers op hun computer een vragenlijst toegestuurd, waarop aangeven moet worden in hoeverre men het met een stelling eens is. Na afloop van de test berekend de computer een score, die wordt meegenomen in het wetenschappelijk onderzoek.  

Hierna wordt het woord gegeven aan Prof. Joost Festen die ons wat meer verteld over de zorgverleners waarmee een slechthorende in aanraking kan komen. Via de huisarts komen de meesten van ons bij de KNO arts. Die kijkt met gerichte kennis wat er aan de hand kan zijn. Als hij als arts niet direct kan ingrijpen, zal hij u mogelijk naar een audiologisch centrum sturen, voor hetzij een hoortoestel, hetzij voor andere zorg die met het gehoor samenhangt. Vervolgens legt Prof. Festen uit wat een audiologisch centrum doet en de soorten onderzoek die in het VU medisch Centrum plaatsvinden. Hoe goed kunnen mensen met hun gehoor dan verstaan? Wat men belangrijk vindt is het spraakverstaan in lawaai. Dat is het primaire probleem waar bijna elke slechthorende mee aan komt: ik hoor het wel, als de omgeving maar rustig is. Zo gauw ik op een verjaardagsfeestje kom, dan kan ik wel ophouden. Ook wordt onderzocht hoe goed het trommelvlies beweegt. Maar ook het goed functioneren van de zenuwbanen is van groot belang. Van de hersenstam naar het gehoor, die reflex geeft aan of de gehoorbeentjes moeten aanspannen? Als dat gebeurt weet je dat die zenuwbanen goed werken. Geluiden die uit het oor terug komen, die zeggen iets over hoe goed functioneert dat binnenoor (oae) Omdat het vaak grote apparatuur is, kan de KNO arts het niet in z’n eigen praktijk doen en daarom doet het audiologisch centrum ook evenwichtsonderzoek. Bovendien doet men iets met hoortoestellen, BAHA’s en met CI’s. Bij een probleem waar veel mensen last van hebben, tinnitus, probeert men te achterhalen wat er aan de hand is. Voor mensen met problemen op hun werk, ten gevolgen van slechthorendheid, heeft men het ARBO-spreekuur.  Dan noemt Prof. Festen  een aantal instanties, die hulp kunnen verlenen aan slechthorenden. Tot slot komen de verschillende vergoedingen voor hulpmiddelen aan bod. 

Vervolgens wordt het woord gegeven aan Dr. R.M. van Haastert, KNO specialist van het Westfries Gasthuis in Hoorn. Hij legt uit dat er twee soorten gehoor zijn, luchtgeleiding en beengeleiding. 
Bij luchtgeleidingsverlies, is er meestal iets niet goed met de gehoorbeentjes. Dat kan zijn omdat er een ontsteking in het oor zit. Het kan komen na een trauma, mensen die een klap op het gehoor hebben gehad. En er zijn vrij zeldzame ziekten die ook de gehoorbeentjes kunnen beïnvloeden. Eén van de belangrijkste daarvan is otosclerose, het stijgbeugeltje zit vastgegroeid in het slakkenhuis, dat geeft luchtgeleidingsverlies. Oorzaken van beengeleidingsverlies kunnen zijn: aangeboren, mensen die veel in lawaai gewerkt hebben, hebben iets in het slakkenhuis dat niet goed is. Als de haarcellen in het slakkenhuis niet goed zijn veroorzaakt dat beengeleidingsslechthorendheid. Dat is leeftijds gebonden slechthorendheid. Medicijnen, antibiotica en/of chemotherapie kunnen ook tot beengeleidingsverlies leiden. Door middel van een toon- en een spraakaudiogram wordt vastgesteld om welke vorm van gehoorverlies het gaat. Soms is het nodig nog een duizeligheidsonderzoek te doen, om uit te zoeken of het evenwichtsorgaan het goed doet. 
Met een MRI scan van het hoofd kan uitgesloten worden of er iets op een zenuw drukt of er met de hersenen iets niet goed is. In een groot deel van de gevallen zal het er op uitdraaien dat er hoortoestellen worden voorgeschreven. Tot op heden ging je dan met een verwijzing van de KNO arts naar de audicien. Het gaat nu zo worden, dat het voor iedereen mogelijk wordt direct naar de audicien toe te gaan. Die doet de hoortest en zal een toestel voorschrijven, wat vergoed kan worden. Het is voor een deel wel patiëntvriendelijk, omdat je nu een hele weg af moet leggen voordat je bij de audicien komt die je kan helpen met een hoortoestel.  

Gevaar is dat de audicien, hoewel dat ook aan het veranderen is, minder onderlegd is om aandoeningen te herkennen als ontstekingen, afwijking van het gehoorbeentje, dingen die in het hoofd misschien niet goed zijn. Je hebt kans dat een diagnose gemist wordt en mensen later dan zou moeten bij een KNO-arts- komen. Je moet ook in het achterhoofd houden dat het een probleem kan zijn dat iemand die de diagnostiek doet en de hulpmiddelen heeft, ook commerciële belangen heeft. Er zijn hele goede audiciens die absoluut integer zijn. Er ligt toch een gevaar op de loer, als degene die je iets gaat leveren ook de diagnose stelt. Naast de hoortoestellen zijn er ook andere hulpmiddelen beschikbaar, waarbij men wel aan bepaalde criteria moet voldoen. In de toekomst zal een steeds grotere rol weggelegd gaan worden voor het audiologisch centrum. In een audiologisch centrum is veel expertise en kunnen veel testen worden gedaan. En bovendien spelen er geen commerciële belangen mee, het audiologisch centrum verdient er niets aan. En een andere reden om verwezen te worden naar het audiologisch centrum, is de indicatiestelling voor een BAHA toestel. Dan noemt Dr. van Haaster ook nog het CI, het bionische oor. Het implantaat wat de functie van het slakkenhuis grotendeels overneemt.

Het BAHA toestel werd door Dr. van Haastert in onze voorjaarsbijeenkomst van dit jaar behandeld en het CI werd reeds uitgebreid in onze najaarsbijeenkomst van vorig jaar behandel. 

Samenvattend kunnen we zeggen dat slechthorendheid een sociaal en maatschappelijk probleem is. De verzekeraar gaat steeds meer uitmaken waar je heen moet, wat je geleverd krijgt en wat toegewezen kan worden. Met name de ontwikkeling dat mensen zonder tussenkomst van de KNO arts naar de audicien kunnen. Het zal meer worden dat de KNO arts een aanspreekpunt gaat worden, wanneer er sprake van medische oorzaken is.

Na de pauze is er gelegenheid vragen te stellen, waarvan veelvuldig gebruik wordt gemaakt en die allemaal tot ieders tevredenheid door de sprekers worden beantwoord. 

De middag wordt door onze voorzitter afgesloten en bedankt alle sprekers en de schrijftolk hartelijk voor hun bijdrage aan deze middag. Natuurlijk ontbreekt ook nu een bloemetje en een flesje wijn niet.